Symposium Betontechnologie 2026: op weg naar circulair beton zonder concessies
Op 27 mei 2026 vond het Symposium Betontechnologie plaats, georganiseerd door het Cement&BetonCentrum en Betoniek. Het symposium bracht professionals uit de betonsector, onderzoekers, opdrachtgevers en geïnteresseerden in verduurzaming samen rondom één centraal thema: circulariteit en de toepassing van nieuwe grondstoffen voor beton. Met een programma dat sterk gericht was op innovatie, regelgeving en praktijkervaringen, werd duidelijk hoe complex – maar ook kansrijk – de toepassing van nieuwe grondstoffen en grondstoffen afkomstig van geavanceerde breektechnieken zijn.
Dagvoorzitter Jacques Linssen opende de bijeenkomst en wist direct de toon te zetten. Bij een peiling in de zaal bleek ongeveer de helft van de aanwezigen zich expliciet als betontechnoloog te identificeren. Tegelijkertijd waren er ook veel deelnemers uit andere disciplines aanwezig, wat volgens Linssen een positief signaal is gezien het brede thema van het symposium. Juist de brede maatschappelijke opgave rond duurzaamheid en circulariteit vraagt immers om samenwerking over vakgebieden heen. Maar wellicht geeft dit symposium ook inspiratie voor een carrièreswitch, want er is altijd behoefte aan meer betontechnologen. Hij verwees daarbij naar recente berichtgeving over de staat van infrastructuur, waarin een tekort aan betontechnologen als een knelpunt werd genoemd.
Daarnaast ging hij kort in op de CO₂-roadmap van het Cement&BetonCentrum, waarin naast reductie van emissies ook nadrukkelijk aandacht is voor nieuwe grondstoffen.
CROW-CUR Richtlijn 2: de sleutel tot verantwoord circulair beton
De eerste inhoudelijke bijdrage kwam van Michel Boutz (SGS INTRON), die inging op CROW-CUR Richtlijn 2. Deze richtlijn, gepubliceerd in 2021 en momenteel in herziening, speelt een cruciale rol bij de beoordeling van nieuwe grondstoffen voor toepassing in circulair beton.
Boutz schetste eerst de context. Nederland heeft ambitieuze doelstellingen: in 2050 volledig circulair en al in 2030 een halvering van het primaire grondstoffenverbruik. Binnen het Betonakkoord wordt zelfs gestreefd naar volledige terugvoer van sloopbeton in de betonketen in 2030. In de praktijk ligt dat percentage momenteel nog aanzienlijk lager.
De richtlijn richt zich niet zozeer op het eerste gebruik van materialen in beton, maar op hun tweede leven. Het uitgangspunt is helder: beton dat vandaag wordt gemaakt, moet in de toekomst opnieuw kunnen worden ingezet als grondstof voor nieuw beton. Dat betekent dat nieuwe materialen niet alleen geschikt moeten zijn voor toepassing in beton, maar ook geen negatieve impact mogen hebben op de recyclebaarheid.
De beoordelingsmethodiek is gebaseerd op laboratoriumonderzoek waarbij beton met de nieuwe grondstof wordt geproduceerd, versneld verouderd en vervolgens opnieuw wordt gebroken. Daarbij worden zowel grof en fijn betongranulaat als de poederfractie onderzocht, inclusief uitlogingseigenschappen. Een belangrijk aandachtspunt dat uit de praktijk naar voren is gekomen, is de variabiliteit van regulier betongranulaat. Om die reden wordt in de herziening opgenomen dat referentiemateriaal voortaan op labschaal moet worden geproduceerd.
Boutz concludeerde dat de richtlijn in de praktijk goed toepasbaar is, maar benadrukte dat het een hulpmiddel blijft. Het doel is niet om innovatie te belemmeren, maar om te waarborgen dat de betonketen ook op lange termijn gesloten kan blijven.

TAG-G vulstof: van afvalstroom naar waardevolle grondstof
Een concreet voorbeeld van een nieuwe circulaire grondstof werd gepresenteerd door Marc Brito van Zijl (Mineralz / Renewi). Hij introduceerde de TAG-G vulstof, afkomstig uit het thermisch reinigen van teerhoudend asfalt en vervuilde grond.
Het proces vindt plaats op de ATM-locatie in Moerdijk, waar het materiaal wordt verhit tot temperaturen van 400 tot 500 °C. Organische verontreinigingen worden daarbij afgebroken, terwijl na naverbranding van rookgassen een fijne stoffractie ontstaat: de TAG-G vulstof.
Voor toepassing in ongewapend beton is reeds een CROW-CUR aanbeveling opgesteld en is de BRL 1804 uitgebreid, waardoor certificatie mogelijk is. Inmiddels wordt gewerkt aan een volgende stap: toepassing in constructief beton.
Uit uitgebreid onderzoek blijkt dat de vulstof gunstige eigenschappen heeft. Zo vertoont het materiaal puzzolane activiteit, vergelijkbaar met poederkoolvliegas. Dit uit zich onder meer in de sterkteontwikkeling van mortels. Een aandachtspunt was het relatief hoge gehalte aan magnesium. Dat blijkt echter vooral aanwezig als magnesiumsilicaat en niet als periklaas. Er treedt dan ook nauwelijks expansie op bij onderzoek van proefstukken in een autoclaaf.
Bij het uitgevoerde betononderzoek bleek dat de prestaties goed vergelijkbaar zijn met referentiemengsels, met uitzondering van de vorstdooizoutbestandheid, waar juist een duidelijke verbetering werd waargenomen. Ook bij toetsing aan Richtlijn 2 werd grotendeels voldaan, met uitzondering van een verhoogde uitloging van barium, dat wordt toegeschreven aan het feit dat onderzoek plaatsvond aan jong beton.
Interessant vanuit duurzaamheidsoptiek is dat de milieukostenindicator (MKI) van de vulstof op nul uitkomt, omdat de milieulast aan de oorspronkelijke afvalstromen wordt toegeschreven. Daarmee biedt de TAG-G vulstof een aantrekkelijk perspectief voor zowel circulariteit als milieuprestaties.

LD-staalslak: potentie ondanks reputatie
Kees van der Plas (De Hoop Terneuzen) ging vervolgens in op de toepassing van LD-staalslak als vulstof in beton. Deze bijproductstroom uit de staalindustrie heeft een lange geschiedenis, maar staat momenteel onder druk door negatieve beeldvorming, met name in ongebonden toepassingen.
Van der Plas benadrukte dat de eigenschappen van de staalslak juist veelbelovend zijn voor toepassing in beton. Het materiaal is ruim beschikbaar, heeft stabiele eigenschappen en kan bijdragen aan CO₂-reductie. Binnen Europa is jaarlijks meer dan 6 miljoen ton beschikbaar, een hoeveelheid die naar verwachting zal toenemen.
Voor toepassing in ongewapend beton is inmiddels een CROW-CUR aanbeveling ontwikkeld, en ook de certificatie via BRL 1804 wordt voorbereid. Praktijkervaringen laten zien dat vervangingspercentages van klinker tot circa 60 procent haalbaar zijn in bepaalde toepassingen zoals straatstenen en grasbetontegels.
Hoewel het materiaal geregeld negatief in het nieuws komt, benadrukte Van der Plas dat dit vaak betrekking heeft op onjuiste toepassingen. Voor toepassing in beton – dus gebonden – gelden sowieso andere randvoorwaarden, vergelijkbaar met cement en hoogovenslak. Bij correcte toepassing is het materiaal veilig.

Innovatief breken en hoogwaardig hergebruik in de A9
Een van de meest praktijkgerichte bijdragen kwam van Jeannette van den Bos (Rijkswaterstaat) en Walter Speelman (Heidelberg Materials). Zij presenteerden de toepassing van innovatief gebroken betongranulaat in het project A9 Badhoevedorp–Holendrecht.
De ambitie van Rijkswaterstaat is helder: klimaatneutraal en circulair bouwen. In dat kader werd onderzocht hoe gesloopt beton opnieuw kan worden ingezet in nieuw beton, op een zo hoogwaardig mogelijk niveau. De sleutel ligt in de combinatie van selectief slopen, geavanceerde breektechnieken en ketensamenwerking. In het project werden prefab liggers selectief gesloopt, waarna het materiaal bij Renewi werd verwerkt. Met name de fijne fractie bleek hierdoor aanzienlijk beter bruikbaar dan bij traditioneel breken.

Heidelberg Materials paste uiteindelijk een mengsel toe waarin 29 procent van het zand en 39 procent van het grind werd vervangen door gerecycled materiaal. Uit uitgebreid onderzoek bleek dat dit nauwelijks invloed had op eigenschappen als druksterkte, E-modulus en chloridebestendigheid. Wel werd een lichte afname van de vorstbestandheid geconstateerd.
Een belangrijk inzicht is dat de kwaliteit van het uitgangsmateriaal cruciaal is. Daarom pleitte Van den Bos voor een verdere verfijning van classificaties, bijvoorbeeld door introductie van een A+ klasse voor hoogwaardig gerecycled materiaal.
Het project laat zien dat hoogwaardig hergebruik technisch haalbaar is, mits de juiste randvoorwaarden worden gecreëerd.

Cement met Recycled Concrete Fines: circulair én uitdagend
Hessel Noë (Holcim) sloot de reeks presentaties af met een blik op cementinnovatie, specifiek cement met Recycled Concrete Fines (RCF). In Duitsland wordt hier actief op ingezet, onder meer vanwege stijgende kosten voor CO₂-emissies binnen het ETS-systeem.
RCF wordt geproduceerd uit fijn betongranulaat (0/4 mm), dat zeer fijn wordt gemalen. Door innovatieve breektechnieken bevat deze fractie relatief veel cementsteen, die na carbonatatie puzzolane eigenschappen heeft.
Holcim produceert inmiddels cementsoorten waarin een deel van de klinker wordt vervangen door RCF. Daarmee wordt de CO₂-uitstoot van cement verlaagd en wordt tegelijkertijd de materiaalkringloop gesloten.
Toch zijn er ook kanttekeningen. In vergelijking met traditionele oplossingen zoals hoogovenslak scoort RCF momenteel minder gunstig op MKI. Daarmee ontstaat een spanningsveld: wat circulair is, is niet per definitie optimaal vanuit de huidige MKI-methodiek. Noë gaf aan dat dit innovatie kan remmen.
Daarnaast heeft de toepassing van RCF gevolgen voor de samenstelling van cement, bijvoorbeeld doordat respirabel kwarts wordt geïntroduceerd. Dit heeft geen impact op het gebruik in de praktijk maar wel op veiligheidsdocumentatie.
De boodschap was duidelijk: RCF biedt perspectief, maar vraagt om verdere ontwikkeling, zowel technisch als in beoordelingsmethodieken voor duurzaamheid.

Paneldiscussie: spanning tussen ambitie en praktijk
De dag werd afgesloten met een paneldiscussie waarin verschillende stellingen werden besproken. Deze discussie maakte duidelijk dat de sector nog volop zoekt naar de juiste balans.
Een eerste discussiepunt was of beton zich moet richten op het sluiten van de eigen kringloop, of ook open moet staan voor reststromen uit andere industrieën. De consensus was dat beide nodig zijn, mits zorgvuldig wordt gekeken naar kwaliteit en risico’s.
Ook de vraag of nieuwe grondstoffen eerst op recyclebaarheid moeten worden beoordeeld, kreeg brede steun. Tegelijkertijd werd erkend dat het organisatorisch een uitdaging is om alle nieuwe materialen systematisch te toetsen, zeker omdat sommige al in de praktijk worden toegepast.
Over de risicohouding van de sector liepen de meningen uiteen. Waar sommigen pleitten voor meer ruimte voor innovatie, werd ook benadrukt dat veiligheid en technische levensduur altijd leidend moeten blijven.
De discussie over de MKI bracht een belangrijk spanningsveld naar voren: circulariteit wordt hierin nog onvoldoende gewaardeerd. Dit kan ertoe leiden dat oplossingen die vanuit grondstoffenperspectief wenselijk zijn, minder aantrekkelijk lijken in aanbestedingen.
Tot slot werd de vraag gesteld of toepassing van betongranulaat als fundatiemateriaal niet al een voldoende circulaire oplossing is. Deze discussie werd bewust open gelaten voor verdere reflectie tijdens de afsluitende netwerkborrel.

Conclusie: vooruitgang vraagt om samenwerking én aanpassing van kaders
Het Symposium Betontechnologie 2026 maakte duidelijk dat de betonsector volop in beweging is. Nieuwe materialen, innovatieve recyclingtechnieken en aangepaste regelgeving bieden kansen om de ambitie van een volledig circulaire betonketen dichterbij te brengen.
Tegelijkertijd werd ook duidelijk dat deze transitie niet vanzelf gaat. Er is behoefte aan robuuste beoordelingsmethodieken zoals Richtlijn 2, maar ook aan flexibiliteit om innovatie mogelijk te maken. Daarnaast is het noodzakelijk om beoordelingsinstrumenten zoals de MKI kritisch te blijven bekijken, zodat circulariteit beter wordt gewaardeerd.
De dag liet zien dat de sector beschikt over de kennis en de wil om stappen te zetten. De uitdaging ligt nu in het opschalen van succesvolle pilots, het verbeteren van samenwerking in de keten en het creëren van de juiste randvoorwaarden.
Met een goed gevulde Betoniek-special en het boekje De code van duurzaam beton ontcijferd verlieten de deelnemers het symposium, voorzien van nieuwe inzichten en inspiratie.
De volgende editie van het Symposium Betontechnologie staat gepland op woensdag 26 mei 2027 – een datum die door velen ongetwijfeld al in de agenda is gezet.
